← Alle gedichten
Psalm 36Psalmberijming

Psalm 36

17 februari 2025

De zonde die de boze doet
getuigt dat in zijn slecht gemoed
geen Godsvrees wordt gevonden.
Hij vleit zichzelf in al zijn kwaad,
tot men zijn onrecht vindt en haat.
Zijn woorden zijn vol zonden.
Bedrog en onrecht spreekt zijn stem.
Geen wil tot goeddoen is bij hem,
oprechtheid blijft hij haten.
Hij zint op onrecht op zijn bed.
Zijn wegen zijn niet naar de wet.
Hij kan het kwaad niet laten.

O HEERE, Bron van ons bestaan,
Uw goedheid raakt de hemel aan,
Uw trouw reikt tot de wolken.
Uw recht is als een berg, zo sterk.
Uw oordeel is – in al Uw werk –
zo diep als waterkolken.
O HEERE, U redt mens en beest.
Uw goedheid is voor wie U vreest
zo kostbaar, zo verheven!
U hebt Uw vleugels uitgebreid,
daar vinden mensen veiligheid.
Uw schaduw schut hun leven.

Zij worden in Uw huis gevoed,
verzadigd met de overvloed
die U aan hen zult geven.
U drenkt hen uit Uw heilsfontein:
een beek die vol genot zal zijn.
U hebt de bron van leven.
U geeft aan ons een helder zicht,
want in Uw licht zien wij het licht.
Laat mild Uw goedheid stromen.
Schenk wie U kent barmhartigheid.
Giet troostend Uw gerechtigheid
in harten van de vromen.

Bewaar mij voor de trotse voet,
voor wat de goddeloze doet,
dat zij mij niet verjagen.
Daar vielen zij die kwaad begaan,
om nooit meer op te kunnen staan.
Zij zijn voorgoed verslagen.