← Alle gedichten
Psalm 132Psalmberijming

Psalm 132

Een lied van de opgangen.

11 november 2025

O HEERE, sla op David acht,
zie al zijn smart en lijden aan;
denk aan zijn eed aan God gedaan,
aan Jakobs God, zo sterk in macht.
Laat alles in vervulling gaan!

Hij zwoer: zo ik mijn huis betreed!
Ik leg mij op mijn bed niet neer,
ik neem geen slaap of nachtrust meer,
tot ik een plaats als woning weet
voor Jakobs God, zo groot in eer.

Eens waren wij in Efratha,
daar werd ons van de ark verteld,
men wist waar hij stond opgesteld.
Wij gingen deze tijding na
en vonden hem in Jaärs veld.

Komt, laat ons naar zijn woning gaan,
en buigen waar zijn voetbank wacht.
Sta op o HEERE, toon Uw macht,
ga in Uw rust en rust voortaan
Kom met de ark mee van Uw kracht.

Maak al Uw priesters toch oprecht,
bekleed hen met gerechtigheid.
Geef dat Uw gunstvolk zich verblijdt,
verstoot – om Davids wil, Uw knecht –
nooit Uw gezalfde als hij pleit.

De HEERE zwoer; Zijn woord houdt kracht.
Hij schuift Zijn eed niet aan de kant,
wat Hij aan David zwoer, houdt stand.
Hij sprak: vanuit uw nageslacht
krijgt één uw troon, die leidt het land.

Indien uw zonen dag en nacht
aan Mijn verbond zijn toegewijd
en aan de leer die Ik verspreid,
dan krijgt na hen hun nageslacht
uw troon, voor eeuwig en altijd.

De HEERE koos eens Sion uit,
dat is de plaats die Hem bekoort.
Hij heeft het Zelf als volgt verwoord:
‘Dit is Mijn rust, naar Mijn besluit,
voor eeuwig woon Ik in dit oord’.

Ik sta tot Sions hulp gereed;
mijn zegen maakt haar voorraad groot,
haar armen voed Ik mild met brood,
haar priesters zijn met heil bekleed
en juichend zingt haar gunstgenoot.

Daar heb Ik Davids troon gesticht,
daar groeit zijn hoorn vol eer en macht,
daar geef Ik Mijn gezalfde kracht,
Ikzelf bereid voor hem een licht;
die lamp zal branden, dag en nacht.

De vijand die hem fel bestrijdt,
kleed Ik met schaamte, smaad en hoon;
maar zelf draagt hij zijn gloriekroon,
die bloeit vol eer en majesteit.
Zijn zaad zit eeuwig op zijn troon.