← Alle gedichten
Vertaling

De Vreemdeling en Zijn vriend

23 maart 2024

Ik zag een man van smart en pijn.
Hij wilde hulp en vroeg erom,
het klonk ootmoedig en zó klein
dat ik geen nee meer zeggen kon.
Ik vroeg hem niet: ‘Wat is uw naam?
Wie bent u, waar komt u vandaan?’
Maar iets in hem heeft mij geraakt
waardoor mijn liefde is ontwaakt.

Eens stond mijn schaarse maaltijd klaar,
hij kwam er stil en zwijgend bij.
Al viel de honger mij ook zwaar,
toch kreeg hij al het brood van mij.
Hij sprak de zegen en hij at,
van hem heb ik mijn deel gehad.
Met hemels brood werd ik gevoed,
het was als manna, vers en zoet!

Ik zag hem bij een rotsfontein,
hij had geen kracht, hij was zo moe.
Ik zag zijn dorst, het deed mij pijn,
dus haastte ik mij naar hem toe.
Hij dronk mijn kom wel drie keer leeg,
waarna ik zelf de kom weer kreeg.
Vers, levend water gaf hij mij.
Voorgoed is nu mijn dorst voorbij!

Die nacht ontstond er een orkaan
en buiten klonk zijn bange stem.
Snel ben ik naar de deur gegaan,
ik warmde, kleedde, voedde hem.
Ik heb hem naar mijn bed gebracht,
zelf sliep ik op de grond die nacht.
Ik droomde heerlijk toen ik sliep,
het was of ik in Eden liep!

Ik vond hem halfdood langs het pad,
en blies mijn adem in zijn mond.
Ik heb zijn hart op gang gebracht,
goot wijn en olie in zijn wond.
Zijn geest werd levend, hij genas.
Hij zag de wond die in mij was,
meteen vergat ik al mijn smart,
met vrede heelde hij mijn hart!

Ik vond hem in de dodencel,
omringd door schande, spot en smaad.
Hij had geen schuld, dat wist ik wel,
ik eerde hem in al dit kwaad.
Mijn vriendschap testend polste hij:
‘Wil jij de dood straks in voor mij?’
Het vlees was zwak, mijn hart viel stil,
toch riep mijn vrije geest: ‘Ik wil!’

Toen, in een enkel ogenblik,
heeft hij zijn masker afgedaan.
Zijn hand – doorboord – herkende ik,
ik zag de Heiland voor me staan!
Hij riep mij bij mijn naam en zei:
‘Je hebt je niet geschaamd voor mij.
Al deze daden zie Ik aan.
Vrees niet! Je hebt ze Mij gedaan.’